Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene onafzienbare menigte, tusschen twee moordenaars ter stad uitvoert. Nog eenige oogenblikken en zij zijn op Golgotha gekomen. Hij wordt ontkleed, en naakt met handen en voeten aan het moordhout geklonken. Men heft het ten slofte omhoog en stelt Hem tusschen twee beruchte moordenaars, die met Hem gekruisigd worden. Daar hangt Hij als een vloek tusschen hemel en aarde. Hij wordt met bespotting en beschimping overladen, de zon weigert Hem haar licht, de Godheid onttrekt Hare gunst en gemeenschap en de bange klagt wordt aan Zijne lippen ontperst: „mijn God, mijn God! waarom hebt Gij Mij verlaten!" Op het: „Mij dorst!" wordt Hem gemirreden wijn of edik met gal gemengd, gegeven. Weldra klinkt het triumphlied: „het is volbragt!" Volbragt zijn alle beloften en voorzeggingen, volbragt alle schaduwen, volbragt de eisch en de bedreiging der wet, volbragt in één woord alles, wat volbragt moest worden om zondaren met God te verzoenen. Hij beveelt Zijnen geest in de handen Zijns Vaders, legt het hoofd neder op de afgestreden borst en geeft den geest. Het voorhangsel des tempels scheurde nu in tweeën van boven tot beneden, de aarde dreunde, de steenrotsen scheurden, de graven werden geopend en vele dooden stonden op en verschenen in de heilige stad. Dat lijden van Christus is van de grootste waarde en beteekenis.

Daar buiten de legerpiaats heeft Christus de Zijnen verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor hen; want er is geschreven: „vervloekt is een iegelijk, die aan het hout hangt!" „Hij heeft onze zonden in Zijn ligchaam gedragen op het hout," getuigt Petrus. Hij leed dan als Borg voor de Zijnen en heeft den losprijs opgebragt, die er moest opgebragt worden, om zondaren met God te verzoenen. Hij heeft den mond aller beschuldigers gestopt, zoodat het nu heeten kan: „wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods ? God is het, Die regtvaardig maakt, wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is, ja, wat meer is, Die ook ter regterhand Gods zit, Die ook voor ons bidt. En dat de Eegter voldaan is, heeft Hij getoond, waar Hij Hem opwekte uit den dood, Hem ten veertigsten dage opnam in den hemel, en Hem de heerlijkheid gaf, die Hij bij Hem had eer de wereld was. Allen nu, die de legerplaats d<w schaduwen, der wet en der wereld verlaten, kunnen door Hem behouden worden.

Zoo lang wij echter in de legerplaats verwijlen, gaat het ons als het vleeschelijke Israël, dat Hem verwierp, of als de

Sluiten