Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WAAROM DE CHRISTUS AAN HET KRUIS.

"V r. en antw. 39. Heidelb. catech.

Het was een lange weg, dien de Christus Gods bewandelde van Bethlehem naar Golgotha; een weg rijk aan allerlei beproeving en moeielijkheid, strijd en gevaar; een weg getuige van zooveel wondere liefde en

ontferming Zijnerzijde, maar ook van zooveel bittere haat en vijandschap van 't volk, dat zich beroemde Abraham tot vader te hebben; een weg waarop elk woord Zijns monds," elk teeken Zijner hand den vijand welkome gelegenheden toeschenen om Hem te verdelgen; een weg waarop dreiging en moord geblazen werd tegen Hem, Wiens mond en hart vervuld waren van vrede en verzoening jegens het verlorene; maar toch, wat ook op dien weg aanschouwd, ondervonden werd, schijnbaar was geen kruis in 't gezicht, geen schaduw des kruises merkbaar. Was 's Heeren weg uitgeloopen op den afgrond achter Nazareth's steilte, 't zoude niemand verwonderd hebben; waren Zijne voeten, die 't goede boodschapten, in hunnen loop gestuit door een steen uit 's vijands hand toegeworpen en Hem nedervellende, 't zoude geenzins verbazen; maar dat die weg uit zoude loopen op Golgotha aan 't kruishout,

Sluiten