Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WAARTOE DE CHRISTEN IN DE WOESTIJN?

Hosea 2 : 13.

Wat raadselachtig wezen de rnensch! We zeggen vreemdelingen te zijn op aarde en intusschen wat kleeft onze ziel aan 't stof! We erkennen voor een tijd te zijn en intusschen bouwen we ons tabernakelen hier beneden! We beweren dat de wereld hard is en intusschen geven we ons gansche hart aan die wereld! Maar zijn we dan niet onoprecht, gaan we dan niet met leugen en bedrog om, èn tegenover ons zeiven èn tegenover onzen Schepper! O wat hard gezegde, maar toch waar en wel een bewijs van onze diepe verdorvenheid. En dan zoo te blijven bestaan tegenover een hoogheilig God! Maar kent ge dan niet de geheime wensch van het zondaarsharte: „dat God de hemel voor Zich houde en mij maar de aarde late.'' Neen zeggen velen, dat is overdreven, en dan beroept men zich op de woorden des apostels: „want wij weten dat 't gansche schepsel te zamen zucht." Ja 't schepsel zucht onder den vloek der zonde, maar wil 't daarom al van God weten? Helaas neen; daarenboven, ontwaart ge niet in zoovele zuchten de stille verwijten der brave Pharizeers tegen God! of ook de wrevel des schepsels 't

Sluiten