Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stem, zoodat we in een weg geleid worden, van ons te voren nooit gezocht noch gekend.

„Ik zal haar lokken," ja dat is zoo noodig, blijft zoo noodig; want als de goddelooze zijn' weg verlaat, Satan ziet 't en lokt hem terug met allerlei aanbieding van gewin, maar ook de Heere houdt den zondaar voor dat in 't houden Zijner geboden een groot loon is; en de wereld wenkt, eer en aanzien voor oogen houdende, maar ook de Heere is daar, die aan Zijne duurgekochten belooft dat Hij hun geven zal de kroon des levens; en 't vleesch, dat altoos een woordje wil meespreken, maakt zich ook op en belooft gouden bergen in deze wereld, maar ook de Heere, voor Wien de bergen smelten als was, verzekert hen van de vergeving der zonden, wederopstanding des vleesches en het eeuwig leven ter wille van bet eenige zoenoffer op Golgotha aangebracht.

Kind Gods, het is niet uit u, dat ge naar 's Heeren stemme hoort; Hij wekt u eiken morgen, Hij wekt u 't oor, dat ge hooren zoudt; de bedenkingen, bezwaren, vooroordeelen des vleesches leiden uw aandacht en overpeinzing van 's Heeren weg en weldaden telkens af, maar 't is Zijne liefde die nimmer vergaat, die u opwekt om naar Hem te hooren, die uw wedergeboren hart ontvlammen doet, opdat ge aan 't kruis uws Heeren neergezegen zoudt opzien naar den hemel, waar uw Verlosser gezeten is aan Gods rechterhand, waar Hij voor u bidt, waar Hij voor u waakt, waarhenen Hij u lokt, opdat gij ook eenmaal daar zoudt wezen, waar Hij is uw Koning en uw God. Spreekt men wel eens van engelengeduld, o oneindig meer geduld oefent de Heere met u, u sparende en dragende, genade voor genade schenkende, onze belijdenis ter Zijner eere zij dan ook: „Heere, Gij hebt mij overreed en ik ben overreed geworden; Gij zijt mij te sterk geweest en hebt mij overmogt."

Sluiten