Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijk als waarheid uit God geleerd. Hoe zou de woestijn

ons nuttig kunnen wezen, zegt ge? maar zijn we niet

daar ontdekt geworden aan onszei ven? wij zouden nim-

»

mer zondaren geworden zijn in eigen oog, hadde de woestijn ons niet door Gods genade tot verblijf gestrekt. Geen waarachtige Godskennis zonder zelfkennis, maar hoe dit te erlangen, als we niet leerer^.jn ons zeiven te zien om dan van ons zeiven af te zijjsil, Daarom de woestijn in; daar alleen krijgen wij inzicht op het diep verderf onzes harten, op de ontelbaarheid onzer zonden, op de booze hartstochten die in 't binnenste woelen; daar alleen wordt dit mij tot hartzeer, dat ik den Heere niet meer liefheb en de zonde niet meer haat en van mijzelven niet meer afkeer heb; daar alleen wordt de genade ons waarlijk genade; m. a. w. leeren wij ons zeiven kennen als gansch verloren en vloekwaardig in ons zeiven, moeten we den Heere in 't recht stellen dat Hij ons verwerpt, en ons zeiven volkomen veroordeelen, maar dan alleen wordt de genade ons niet eene ons verschuldigde goedheid Gods, maar eene eeuwig verbeurde ontferming Zijns harten naar Zijne verkiezing ons deelachtig gemaakt. Gelukkig de ziel die in de woestijn geleid wordt; want wat doet' zij, als Gods genade haar inzicht geeft in Zyne heilige wet ? Die wet getuigt tegen haar, spreekt van ongerechtigheid en vloek, van toorn en straf Gods, maar dan gaat zij ook onder eeii juk, onder haar zondenlast gebogen en wat dan ? Neemt eene ziel, die de wet mag verstaan gelijk deze haar veroordeelt, terstond haar toevlucht tot Christus Jezus, 't einde en den vervuiler der wet ? Immers neen, maar gelijk menig schepeling op de rots aanstuurt die hem niet anders dan eene verderflijke klip kan wezen, terwijl hij haar zijne behoudenis acht, zoo klemt ook die ziel aan de wet zich vast, blijft er als 't ware aan hangen, hopende de geboden waarin zij ongehoorzaam was nog te kun-

Sluiten