Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar rijzen er, dit lezende, niet allerlei bedenkingen in menig ongeloovig liarte op? Wellicht zegt de zoodanige: „ik ben een godsdienstig mensch." Maar eilieve, wat hebt ge dan boven de Atlieners voor, die nogthans in een nacht van zonde en dwaling verkeerden! Of ook wordt dit beleden: „ik ben een zondaar"; maar al bezit ge zekere overtuiging van zonde, ge kent toch geen haat tegen haar, geen afkeer van 't eigén ik; geen vonk van hoogmoed wordt er door gedoofd, geen zweem van nederigheid gaat met die bekentenis gepaard. Ge noemt u zondaar, maar ge beschouwt de ongerechtigheid niet als zonde tegen God en zoolang dit u ontbreekt, zult ge nimmer waarachtig berouw leeren kennen en u als schuldenaar buigen voor den troone Gods. Wie door Gods genade aan zijne zonden ontdekt is, huivert van ziclizelven, heeft behoefte aan zulk een helper die de bijl aan den wortel der zonde weet te leggen, valt in de schuld en erkent 's Heeren recht om hem voor eeuwig te verwerpen. Maar dat is immers niet de taal uws harten? Gij beijvert u 0111 zelf de zondelust eenigszins te temperen en acht u zeiven gerechtvaardigd als alle menschen wel van u spreken; gij maakt u op om 't vleesch te heiligen, vergetende dat we vleeschelijk verkocht zijn onder de zonde en dat 't vleesch zondig vleesch blijft tot den dood toe. Het eigen ik leeft in zelfbedrog, dat dit ons niet bedriege; bedenk ook, het is satans meesterstuk ons een «•oeden dunk van ons zeiven te doen behouden en hoe

Ö

dan ooit in zondaarsgestalte tot God te roepen! En toch, dit is noodig, zal 't woord Gods, dat Christus Jezus in de wereld is gekomen om zondaren' zalig te maken, ons eene blijde boodschap worden onzer ziel tot heil, Gode tot eeuwige eer. Wel is de weg der wedergeboorte een nauw pad, maar bij de uitkomst blijkt toch, dat alle moeite en verdriet door ons zeiven ons berokkend werd van wege de hardheid onzei haiten,

Sluiten