Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ZALIGHEID VAN DE ARMEN VAN GEESTE.

LEERREDE

OVER

M ATT HEUS V: 3.

DOOE

s. o. ij o s,

Predikant te Neuzen, Axel ev Zaamdag.

V oorafspraak.

Wij lezen Spreuken 13: 7 deze opmerkelijke waarheid: Daar is een, die zich zeiven rijk maakt, en niet met al heeft, en een die zich zeiven arm maakt, en heeft veel goed. Zonder thans na te gaan hoe deze Spreuk in het dagelijksch leven telkens bevestigd wordt, willen wij kortelijk hare geestelijke waarheid overwegen. Daar is een die zich zeiven rijk maakt, en niet met al heeft, en een die zich arm maakt, en heeft veel goed. Hiermede wordt niet gezegd, dat er slechts een is, die zulk eene dwaasheid begaat, maar ieder wordt geroepen na te gaan of hij ook voor de eeuwigheid zoo dwaas met zich zeiven gehandeld heeft. Velen zijn er, die zich inbeelden rijk te zijn. Hun gedrag dunkt hun niet zoo berispelijk als dat van vele anderen. In het waarnemen van godsdienstige pligten munten zij boven velen uit. Zij zijn gedoopt, gaan ter kerk, hebben belijdenis gedaan, gaan ten avondmaal, lezen den Bijbel, bidden op hun tijd, en, al hebben zij dit niet al hun leven gedaan, zoo hebben zij zich nu bekeerd en zijn op hunnen ingebeelden rijkdom gerust. Toch kunnen zij met hun geroep van: Heere! Heere! niet in het koninkrijk Gods ingaan. Zij zijn ontbloot van de geregtigheid van Christus,

Sluiten