Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en daar zij zich nog nooit verloren hebben gevoeld, is het aan hunne zijde nog verloren. Zij hebben nooit den wil van God gedaan en Hem nooit uit liefde gediend. Maar er zijn anderen, die zich arm maken en veel goed hebben. Zij zijn het, die door ontdekkende genade hunne geestelijke armoede leerden kennen en naar den geestelijken rijkdom zoeken, die in het evangelie ontdekt wordt. De weg, langs welken God zondaars zaligt, is hun dierbaar. Zij zuchten en vluchten tot Hem, en in plaats van hunne eigene geregtigheid, die zij schade en drek achten, dorsten zij naar die van .Tezus. Als zij die hadden zouden zij zich rijk gevoelen, gelijk het hun een ondragelijke last is die te missen. Dezen maken zich arm en hebben veel goeds. Zoo als zij zich door ontdekkende genade leerden kennen, vinden zij niets dan armoede en schuld in zich. Hoe maken zij dan zich zei ven arm? Daardoor dat zij geen vrijmoedigheid bezitten, dan te pleiten op de belofte des Evangelies, die zulke geestelijke armen zalig spreekt. Zij meenen geene genade te bezitten zoolang de weeromstuitende daad des geloofs hun niet te beurt valt, schoon zij dag en nacht tot Jezus vluchten, en hiermede Hem als den algenoegzamen erkennen en aannemen. Alzoo^ blijven zij ongetroost. Echter zijn zij, naar Gods eigen Woord, bezitters van veel goeds. Die tot Jezus komt wordt niet uitgeworpen. De Heere heeft lust aan hen, en zij zullen niet verloren gaan. Zij hebben recht op de hemelsche erfenis, en bezitten dus met .Tacob alles. Een en ander zal ons nader blijken uit onzen tekst.

Tekst: Matth. V: 3.

Zalig zijn de armen van geeste, want hunner is het koninkrijk der hemelen.

Wij zien Jezus omringd door eene groote schare, zoodat hii, om door zijn hoorders beter gezien en gehoord te worden, op een berg klom. Op welken berg wordt niet gemeld, zeker was hij in Galilea gelegen. Maar waarom niet op een kansel, in den tempel, of in de synagoge? Omdat de Schriftgeleerden en Farizeeën geen geloof sloegen aan zijne hemelsche zending, en hem die eere dus niet toekenden; alleen liet men hem, gelijk te Nazareth, als een gewoon lidmaat toe de hchrilt te verklaren. Jezus koos thans een berg tot zijn kansel; en vandaar drupte zijne hemelsche leer als een milde regen van ziine lippen. Of dit op een Sabbat of op een werkdag geschiedde, weten wij niet. Denkelijk op een werkdag, daar hij op

Sluiten