Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deel hiervan wordt oiis in de Schrift duidelijk geleerd. Jezus noemt hen zalig, die de armoede huns geestes gevoelen; die er aan ontdekt zijn, en daarom zich zeiven veroordeelen en het tot den Heer wenden. 'Dezulken zijn zalig omdat er voor hen verlossing gevonden is. Met het oog op hen heeft de Yader in de stille eeuwigheid den Zoon voorgesteld hen te verlossen, de nienschelijke natuur aantenemen, en in haar voor deze armen van geest aan Gods regt te voldoen, de straf voor hen te dragen en de wet voor hen te vervullen.

zouden zij zijn eigendom worden en de bruid des Lams zijn. De Zoon, die niet noodig had van het schepsel gediend te worden, nam vrijwillig op zich Gods welbehagen te volbrengen, zich te vernederen, gehoorzaam zijnde tot den dood des kruises, en de H. G. nam op zich de door Christus bloed vrijgekochten levend te maken, te wederbaren en tot llem te brengen.

Zulke armen nu zag Jezus in zijne jongeren en onder de schare. Tot deze sprak hij goede en troostvolle Moorden; en in hen tot allen, die zich thans als armen leeren kennen. Elders zegt jezus: Yader, ik wil niet dat zij in het verderf nederdalen; ik heb verzoening voor hen gevonden; ik geef hun het eeuwige leven en niemand zal ze uit mijne hand rukken. Ik zal ze mij ondertrouwen in geregtigheid en gerigte, in goedertierenheid en barmhartigheden, ik zal ze mij ondertrouwen in geloof en gij zult den Ileere kennen (Iloz. 2: 18, 19). Kan er grooter zaligheid bedacht worden, dan met ligchaam en ziel het eigendom van Christus te zijn? Al wat de wet van deze armen van geest te eischen heeft en waarvoor de regtvaardigheid hen noodwendig straffen moet, neemt jezus op zich, en maakt hen geheel tot de zijnen. Niet alleen wordt de toorn Gods tegen hen uitgebluscht, maar jezus verwerft hun, als hun Losser, al ^at zij door de zonde verloren hebbeu. Hij bedekt hunne naaktheid met den mantel zijner geregtigheid, hij kleedt hen met de kleederen des heils, en zegt van hen: Zie gij zijt schoon, mijne vriendin, zie gij zijt schoon, uwe oogen zijn duivenoogen.

Zij zijn zalig bij den aanvang omdat zij de verlossing zoeken, al kunnen zij die dan ook nog een tijd lang niet omhelzen of er zich mede troosten. Zie, gij hebt lust tot waarheid in het binnenste en in het verborgen maakt gij mij wijsheid bekend, zegt David in een zijner boetpsalmen. Ofschoon zij onder het gemis hiervan ongetroost daarheen gaan, zoo betreuren zij het nog veel meer, dat zij tegen een goedertieren God gezondigd hebben. Een blijk dat de liefde Gods

Sluiten