Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij dan hier reeds zulke zalige oogenblikken hebben, dat zij in hemelsche vreugde uitroepen: al gave mij iemand al het goed van zijn huis voor deze liefde, men zou hem ten eenemale verachten — wat zal het dan eenmaal zijn, als zij in hare volle kracht de belofte aan zich vervuld zullen zien: De vrijgekochten des Heeren zullen tot Sion wederkeeren met gejuich; eeuwige vreugde en blijdschap zullen op hun hoofd wezen, vrolijkheid en blijdschap zullen zij verkrijgen, maar droefenis en zuchting zullen wegvlieden (Jez. 35 : 10).

TOEPASSING.

Gel. Hoorders! Zie daar u voorgesteld het ontwijfelbaar getuigenis van den grooten Leeraar der geregtigheid. Zalig zijn de armen van geest, want hunner is het koninkrijk Gods. Hiermede bedoelde Jezus niet alleen zijn Discipelen, niet alleen dezulken onder de schare, die Hem hoorden prediken, maar Hij predikte alzoo om ook anderen uit te lokken, en hen deelgenooteri'van deze zaligheid te doen worden. Ziet hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die den vrede doet hooren (Jes. 52: 7). En nu, na 18 eeuwen, laat Hij ons nog dit zijn woord verkondigen! Zalig zijn de armen vau geest, want hunner is het koninkrijk Gods, en nog met datzelfde doel, om de ware armen te troosten en te bemoedigen, en anderen te ontdekken en uit te lokken, om deelgenooten van deze zaligheid te worden.

Welaan dan, mijne Hoorders! onderzoekt u zelven: zijt gij allen zoo geestelijk arm? Hoe weinigen betoon en dit met hun gedrag. Leven de meesten uwer niet zeer gerust? Toont uw wandel wel iets minder, dan dat gij verlegen zijt met uwe armoede? Immers neen. Zoo veel gij kunt eet gij, drinkt, zijt vrolijk, zoekt in alles uw vleesch te behagen, en vraagt niet wat wil God, neen, maar: wat wil ik, en kunt gij dat niet verkrijgen, dan zijt gij morrende en twistende, zoodat als God u belet de zonde in volle vaart na te jagen, gij gansch vertoornd zijt, waaruit het duidelijk blijkt, dat uw lust is in de zonde te leven. En als gij uw wil kunt verkrijgen, dan verblijdt gij u, al is het ook dat Gods woord en uw geweteu u veroordeelen; gij gaat tegen alles in, en wilt gaarne met rust gelaten worden, al is het dat gij u nu en dan onder de prediking van Gods woord laat vinden. Gij doet het niet opdat gij daar nog eens mogt ontdekt worden, o neen, maar om u zelven gerust te stellen, dat gij toch op zijn tijd ook God dient, en meent het al zeer wel gemaakt te hebben, en

Sluiten