Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan toch daar boven zijn, waar ze in de onmiddellijke nabij* heid van die hemelzon zullen verkeeren? Welk eene kennis zij dan zullen hebben van het Goddelijk Wezen, van Zijne beminnelijke volmaaktheden, van Zijne heerlijke verborgenheden , van Zijne groote werken, van den persoon des Middelaars , hun Hoofd, hun Borg, hun Goël, hun Zaligmaker, en van de heerlijkheid, die de Vader Hem gegeven heeft-' wie, wie zal het uitspreken? » Wij zien nu door eenen spiegel in eene duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezigt tot aangezigt. Nu ken ik ten deele, maar alsdan zal ik kennen gelijk ik ook gekend ben." In dat licht der heerlijkheid zullen zij met eene vlekkelooze heiligheid» met eene ongeschondene geregtigheid, ja, op de volmaaktste wijze met Gods beeld versierd zijn. Volmaakte liefde zal daarin tot den Heere en de heiligen worden geoefend. Een ongestoorde vrede en eene onuitsprekelijke blijdschap zal dan hun deel zijn. Verzadiging van vreugde is bij Zijn aangezigt, liefelijkheden in Zijne regterhand eeuwiglijk.

En eenmaal zal ook het ligchaam in dat licht der heerlijkheid deelen, wanneer het met eene wonderbare onverderfelijkheid, met uitnemende schoonheid, met groote krach1 en sterkte, met ongemeene snelheid en vaardigheid aangedaan zal zijn. «Die ons vernederd ligchaamzeide daaron' de Apostel, «veranderen zal, opdat hetzelve gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk ligchaam, naar de werking, waardoor Hij ook alle dingen zichzelven kan onderwerpen." WaarvaH nog een ander zegt: «Geliefden! nu zijn wij kinderen Gods» en liet is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Ma^1 wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullejj gelijk wezen, want wij zullen Hem zien gelijk jiij is> ó, Wat zal er in dat licht der heerlijkheid een volmaak roemen en prijzen van Gods deugden en werken zijn. l" Wat zal het door den hemel klinken: »Groot en wonderl'J Zijn Uwe werken, Heere, Gij almagtige God! Regtva»1^ dig en waarachtig zijn Uwe wegen, Gij Koning der hef1 gen 1" Ja, dan zal de Heere hun ten eeuwig licht '4)"

Sluiten