Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk op te lossen is, als dat van de verlichting, zal het vroolijk zijn!

Alles wat men hier koopt op de schilderachtigste aller „vlooien-markten" die vol menschen uit Centraal-Azië is en vol geloovige oude besjes met zwarte hoofddoeken om, is totaal versleten en zeer slecht gerepareerd; het is een heele geschiedenis, eerst om zich een lamp te verschaffen, en dan om die te laten repareeren, terwijl het ten slotte toch niet lukt ze in orde te krijgen. En wanneer men de lamp heeft, moet men zich met evenveel moeite de petroleum verschaffen. En zoo is het met alles.

De veiligheid laat veel te wenschen over. We kunnen nooit samen uitgaan, een van ons moet altijd thuis blijven, anders zouden we gevaar loopen niets meer te vinden als we thuis kwamen."

Dat was nog in den zomer. Nu dat de winter zijn intree deed, schreef deze balling o.a. het volgende:

„De russische winter, de vreeslijke, ontzettende russische winter omgeeft ons met zijn roofdierachtige schoonheid, zijn stalen fonkelingen. Twintig maal per dag klopt men op onze deur; het zijn vooral kinderen uit onze buurt, door de ouders gezonden. Ge werpt U in de ijzige koude van de gang om den ijzeren grendel op te lichten die de deur afsluit, en daar staat een mieserig joggie, die je een korstje brood „te leen" vraagt „tot morgen", een paar lucifers, een maatje petroleum, twintig kopeken, met bijzonderheden in deze trant: „Wij hebben geen vuur; wij hebben sedert gisteren niet gegeten; moeder staat sedert vanmorgen in de rei", enz.

Ik heb je meen ik, al verteld, dat wij vier kinderen een beetje helpen, die letterlijk verhongeren in een kelderwoning zonder vuur of licht; de kinderen van een landarbeider. Dat wij dit doen, bezorgt ons af en toe woedende scènes uit jalousie van de eigenaresse van het huis, die er even ellendig aan toe is, die hysterisch en wanhoopend geworden is en buiten zich zelf raakt wanneer zij hoort, dat we twee kilo meel hebben gegeven voor het een of

Sluiten