Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vier uur lang verzamelen zij alles wat er in de woning aan gedrukt of beschreven papier is te vinden. In een hoek van de kamer zit het gezin: man, vrouw en een driejarig knaapje; een opgejaagd, verbijsterd groepje. Waar Thilo van beschuldigd wordt! De agenten zwijgen. Hoelang de dreigende afwezigheid zal duren? Onverschillig schouderophalen. Waarheen Thilo vervoerd wordt? Geen antwoord.

Het bleek, dat Thilo naar de Loebjanka-gevangenis werd gebracht. Hij werd gefotografeerd en gefouilleerd; toen wachtte de cel en: de groote stilte. Geen eten, geen drinken, geen verklaring der aanhouding.

In de cel bevond zich al een arrestant. Twintig dagen was hij er al. Waarom? Dat had men hem ook na twintig dagen nog niet verteld.

Twintig dagen behoefde Thilo niet te wachten. Het waren er voor hem maar zes. Toen kwam voor hem het oogenblik, verwacht en gevreesd: het nachtelijk verhoor.

Te middernacht werd hij gewekt. Een beklemmende tocht volgde door de holklinkende, angstig-stille gangen. Nu en dan weerklinkt een schrille kreet uit een der cellen, of het hooge stemgeluid van een opgeslotene, wien geen slaap rust brengt en die maniakaal zijn leed opdreunt, dag en nacht door.

Vergt dit reeds het uiterste van de zenuwen, het verhoor brengt de spanning tot een hoogtepunt. Het duurt voort tot aan de morgenschemering.

Thilo bleek beschuldigd te worden van spionnage ten behoeve van Duitschland. Hij ontkende en wees er op hoe ongerijmd het was hem, een Jood, die al vijf jaar in Rusland werkt, te beschuldigen van spionnage voor het nationaal-socialistische Duitschland.

„Daar U niet wilt bekennen, zullen we u met uw medeplichtigen confronteeren", was het bescheid van den ondervrager. Talrijke verhooren zijn op dit eerste gevolgd: maar van een confrontatie is nimmer sprake geweest.

Sluiten