Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heen stonden in de sneeuw, met ontbloote hoofde*, scharen van „vrijwillige kolonisten" en zongen gebede* in het stille, donkere woud:

„Heden is der wereld heil geschied! Wij verheugea ons, dat de dood zijn bitterheid, de hel haar verschrikking heeft verloren en dat het andere, het eeuwige leven een aanvang heeft genomen!"

Ook herinner ik mij een godsdienstoefening ia Archangelsk in de eenige kerk, die er nog was blijven staan. Het was in den winter van 1931. Als gewoonlijk stonden voor de kerkdeur twee lange rijen ballingen met uitgestrekte hand: boeren, ingenieurs, professoren en ontelbare geestelijken — bisschoppen, priesters, monniken in oude, kale pijen en schoenen van boomschors. Bij iedere godsdienstoefening kwamen zij daar om aalmoezen vragen; daar leefden zij van. In dezen winter waren de ballingen bijzonder talrijk en geheel dakloos. Velen van hen moesten den nacht op straat doorbrengen bij 30—40 graden vorst! De kerk was overvol met biddenden, toen ik binnenkwam. Ook hier waren het meest bannelingen, hoofdzakelijk boeren uit het Zuiden, die door de G.P.Oe. bij den bouw van een reusachtige nieuwe houtwarenfabriek in het Noorden zonder loon te werk waren gesteld. Bijna de geheele kerk weende. Op den kansel stond Bisschop Nikiphor en predikte naar aanleiding van den tweeden brief van den Apostel Paulus aan de Corinthiërs:

„Wij worden in alles verdrukt doch niet benauwd, twijfelmoedig doch niet mismoedig, vervolgd doch niet daarin verlaten, nedergeworpen doch niet verdorven."

„Wij als dienaars Gods maken onszelve in alles aangenaam, in veel verdraagzaamheid, in verdrukkingen, in nooden, in benauwdheden; in slagen, in gevangenissen; .... als stervende en zie, wij leven, als getuchtigd en niet gedood, als droevig zijnde doch altijd blijde, als armen doch vele rijk makende, als niets hebbende en nochtans alles bezittende."

En plotseling klinkt het temidden van de menigte:

Sluiten