Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Of de volgende geschiedenis, die ik zelf heb meegemaakt. In het bureau van den commandant der G.P.Oe. te Archangelsk staat een rij menschen. Er komt een vrouw aan het loket; zij heeft een doek over het hoofd, haar gezicht draagt de uitdrukking van een grenzelooze zwaarmoedigheid. Zij houdt een jongen aan de hand, in de andere houdt zij een klein pakje.

„Wat wil je?" vraagt de commandant.

„Ik zoek mijn man," antwoordt zij haastig. „Twee maanden geleden is hij gearresteerd. Wilt U zoo goed zijn na te zien, of hij misschien in Uw gevangenis is?"

„Hoe heet hij?" — De vrouw noemt den naam. — „Die is hier niet!" antwoordt de commandant. „Wie volgt!" Maar de vrouw gaat niet heen en vraagt het nog eens na te zien."

„Is hier niet, heb ik toch gezegd," schreeuwt de commandant woedend. Dan mengt zijn assistent zich in het gesprek: „Kijk eens in de andere lijst, de naam komt mij bekend voor." Weer wordt in de papieren gezocht. Een lange rij namen.

„Hoe heet hij?" — „Uspensky," antwoordt de vrouw verheugd, „Priester Uspensky."

„Gisteren doodgeschoten. Wie volgt!"

De vrouw wordt weggeduwd. Haar armen vallen slap neer. Het pakje valt op den grond; twee eieren rollen eruit, een stukje brood, wat zout — de laatste levensmiddelen voor haar man!....

Ik zou nog een eindeloos aantal van zulke voorbeelden kunnen vertellen, maar daartoe ontbreekt mij de tijd. En waarom zou ik het ook doen? Is het niet reeds genoeg?!....

Tot besluit wil ik nog een blik werpen op het dagelij ksch leven der geestelijken.

Zij bezitten geen eigen woning, want alle huizen in Sovjet-Rusland zijn in handen van den Staat. Zij moeten dus bij vrienden hun intrek nemen, maar slechts weinigen durven een priester onderdak te verleenen.

Zij ontvangen geen bezoldiging — wie toch zou een priester betalen! Zij zijn dus letterlijk op aalmoezen

Sluiten