Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen gebeurd was, en vroegen zich af, wat den os er toch eigenlijk toe zou hebben gebracht, zich op hun nest te werpen. Had hij het misschien op de dennenaalden voorzien? Maar wat zou hij daarmee hebben voorgehad; dat is immers toch geen eten voor ossen?!

— Had het mierennest hem misschien in den weg gestaan? Zou het daarom geweest zijn, dat hij boos was geworden? Maar hij had toch de heele heide om tekeer te gaan en het heele bosch om zich te vermaken.

— Misschien ook had hij uit oude wrok zoo jegens hen gehandeld? Misschien had een of andere mier hem eens een keer gehinderd?

Maar, hoeveel zij ook over de zaak nadachten, de werkelijke oorzaak, waarom de os zich aan het mierennest was te buiten gegaan, werden zij niet gewaar. Het viel namelijk niemand van hen in, dat het nu eenmaal de aard van den os is, alles omver te loopen, wat zich boven den grond verheft.

Wat den os, die het mierennest verwoestte, betreft, van hem zegt het verhaal, dat toen hij eindelijk met den nekplooi vol miereneieren bij de zijnen terugkeerde, hij om zich heen een straffe lucht verspreidde, die hij bij de mieren had opgedaan. Toen begrepen ze allemaal, op wat voor een expeditie hij was uitgeweest. De jonge koeien, bij wie hij zich aangenaam trachtte te maken, snoven minachtend, wanneer hij aankwam, maar de oude ossen, die zelf één voor één ook een of ander mierennest op hun geweten hadden, bleven rustig op hun plaats liggen en mommelden rustig verder, alsof het een zaak was die hun in het geheel niet aanging. Het is nu eenmaal zóó, dat het de groote ossen zijn, die de publieke opinie scheppen — zelfs onder het vee.

Centraal adres voor Kerkelijke Finland-hulp: Dr. F. J. Krop, Giro 70603.

Sluiten