Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vankelijk van plan elk teeken en symbool van het verleden te vernietigen, ook de kunst van het verleden, die als „burgerlijke kunst" gebrandmerkt werd. Maar toen ze daarmee reeds een begin hadden gemaakt, veranderden ze van inzicht en namen het verstandige besluit, de kunstwerken te behouden (? K.) Wanneer ze hetzelfde gedaan hadden met het beste, wat er in den godsdienst is en zelfs met het beste van het kapitalisme, dan zou de helft der wereld thans aan hun voeten liggen. Nu moeten we ons heen worstelen door hun meedoogenloosheid, om hun goede kern te ontdekken. De meeste menschen worden afgeschrikt door die hardheid, voor ze ooit het goede te zien krijgen." (Over dat „goede", dat de G.P.Oe Jones liet zien, later K.) Pag. 39.

In zijn critiek op de huidige samenleving is Jones sterk. Menige zin, zelfs menige bladzijde is ons als uit het hart gegrepen, met allerlei voorbehoud, natuurlijk.

„Ik ben, zegt hij, geen communist (o zoo? Men krijgt wel eens andere indrukken. K.) en ik noem mezelf ook geen socialist, maar ik ben een christen die naar de oplossing van dat probleem zoekt. Ik ben er zeker van, wanhopig zeker, dat het christendom in deze de leiding nemen moet, of anders heeft het afgedaan. Het is niet genoeg, als u me komt vertellen dat het christendom de kracht heeft om het leven van de menschen persoonlijk te veranderen en dat ook inderdaad doet. Dat weet ik en ik ben er boven alle beschrijving dankbaar voor. Maar dat is niet genoeg. Moeten we probeeren de slaven persoonlijk te redden en de slavernij als systeem laten bestaan? Moeten we pogen de dronkaards persoonlijk te helpen, maar den drankhandel onaangetast laten? Moeten we de oorlogsinvaliden verplegen en den oorlog laten bestaan? Zullen we ons bezig houden met de slachtoffers van het concurrentie-systeem, hun een aalmoes geven en toelaten dat het systeem voortgaat armoede te verwekken, en haat en imperialistische exploitatie?" Pag. 23.

Sluiten