Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

helpen. Onze vreugde is niet te meten, wanneer u ons wat zendt.

Met vriendelijke groeten,

Uw 13-jarige Njika.

Heel zorgvuldig schreef ze het adres. Ze had Bloza nog eens gevraagd of ze het wel goed had opgeschreven. Die had volgehouden dat het zo moest zijn. Daarom vergeleek ze woord voor woord of het in orde was. Toen vlug in het couvert, en morgen op de post. Daarvoor zou het oudste broertje zorgen, het postkantoor was vlak bij school,- want zij moest thuisblijven omdat moeder weer op bed lag.

Zo leefde ons drietal weer in stille hoop. Na een week gingen ze om beurten den postbode weer tegemoet. Maar altijd luidde het antwoord: „neen." Zouden ze hen heus niet willen helpen? Waarom kreeg Bloza wel wat, en zij niet? Was het bij hen niet heel erg? Moeder kon nu helemaal niet meer uit bed, moe en afgetobd lag ze daar. Zo kropen de dagen voorbij, 's Avonds bad moeder hardop, terwijl de kinderen knielden voor hun stoel. Innig bad ze voor haar kinderen, dat God ze mocht bewaren. Dat Hij toch maar niet wilde doen naar hun zonden, maar gedenken wilde in hun ellende. Of Hij haar weer wilde beter maken, zodat ze weer kon zorgen voor haar lieve kinderen. Ze bad ook voor vader, dat hij het lijden maar blijmoedig mocht doorstaan, en hij weer thuis mocht komen.

Dan was het heel stil, want de kinderen luisterden met alle aandacht, de mondjes open, de ogen stijf gesloten, en de handjes dichtgeknepen. Het was of ze moeder wilden helpen in het aanlopen en vasthouden van den Heere in hun worsteling om behoud.

Na het gebed werd het rustig in hun kinderharten. De Heere hoort immers alles. Al mochten mensen niet horen, God weet alle dingen. Had Njika daar straks nog niet gelezen, uit het nieuwe testamentje, dat ze zorgvuldig verborgen hielden, uit Matth. 6.

,,Daarom zeg ik u: zijt niet bezorgd voor uw leven,

Sluiten