Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ach, kon ik maar sterven"

„Ik bid God dagelijks mij weg te nemen

uit dit tranendal"

„Als ik niet voor mijn lievelingen had te

zorgen zou ik het liefst sterven"

„W. is na lang lijden eindelijk door zijn

Heiland thuis gehaald. Gelukkig! Hoe gaarne zou ik hem volgen!"

Levensmoeheid, hemelverlangen, uitzien naar den dood, spreken uit deze en vele dergelijke uitlatingen. En geen wonder! Uitgestooten uit de menschelijke samenleving, verstoken van arbeid, in voortdurend gebrek aan levensmiddelen en kleeding, verdrukt door een godloos regime, geplaagd door het godloozendom rondom: „Waar is nu uw God?", verjaagd, verbannen, als gezin uiteengeslagen, in gestadige vrees voor het geestelijk welzijn der kinderen, die moeten opgroeien in een godlooze wereld, zoo is het leven der kinderen Gods in het land der bolsjewieken.

Waarom grijpt de nood en de tragiek van dit leven ons niet meer aan? Toen Gods Kinderen in SovjetRusland om hun geloof werden gedood ging er een golf van protest-meetingen door de wereld. Dat sterven der geloovigen ontroerde, riep medelijden en verontwaardiging wakker. Maar is dit „lastig leven' niet veel afgrijselijker?

Sterven als martelaar is het ergste niet; maar ach, leven als Christus-belijder onder en tusschen heerschende godloozen!

• *

*

Dat bovenstaande regelen door onzen trouwen vriend en medewerker in dagen van ernstige krankheid zijn geschreven, zullen onze lezers onmiddellijk verstaan.

Hij is ons werkelijk als „van de poorten des doods'

wedergegeven.

Maar het was hem immer een groote troost, zich

Sluiten