Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wegens het nadeel daardoor aan de Eenheidsbeweging toegebracht, èn wegens de scheiding daardoor ontstaan tusschen personen , die tot dusverre zich dicht bij elkaar gevoelden, al waren zij het ook in verschillende punten oneens. Want terwijl ik van 1882 af zelf het ethisch beginsel ben toegedaaa geweest, heeft mijn komen tot meer Evangelische inzichten mij niet genoodzaakt dat beginsel los te laten; en meen ik nu nog van harte .ethisch" te zijn, al noem ik mij niet daarbij „orthodox" maar „evangelisch." En dat meerderen onder ons er zoo over denken bewjjst de beschouwing van collega d. klein wassinüt in de laatste aflevering van „Geloof en Vrijheid," bewijst ook het stuk van Prof. gooszen over „ethische theologie" reeds in 186b voorkomende in „Geloof en Vrjjheid." Daarin lezen wij: (7) „ Die in het leven, het Christelijk leven, een vast uitgangspunt meent te hebben voor de wetenschap, is het in beginsel eens met de ethische theologen. Wenscheljjk ware het, dat vélen in dat beginsel zich vereenigden. De strijd op theologisch gebied zou vruchtbaarder wezen voor de gemeente. Het reGht van verschillende richtingen zou beter gewaarborgd zijn. De polemiek, haar scherpen toon missende , zou meer oog hebben voor de onderscheidene schakeering, de verschillende nuanceering als ik het zoo noemen mag , die de verklaring , de wetenschappelijke ontwikkeling van het gemeenschappelijk levensbeginsel aanneemt, naar gelang van ieders individualiteit "

Ik wenschte, dat ik de ethischen overtuigen kon van de mogelijkheid „ethisch" te blijven in den vollen zin van het woord, ook al laat men ten decle de

Sluiten