Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

orthodoxe dogma's los; ja dat door de loslating van onhoudbaar gebleken en met het Evangelie strijdende begrippen men des te beter en zuiverder „ethisch'' zijn kan; en ik wenschte de evangelischen te doen gevoelen, voor zoover zij dat nog niet doen, dat een aanvaarden en toepassen van het ethisch beginsel niet in strfld is met ons evangelisch standpunt, ja dat het aanleiding geven kan de evangeliewaarheid, die wij belijden en verdedigen, dieper, voller, warmer en rijker tot zijn recht te laten komen. Ik wenschte in het licht te stellen, dat wij moeten komen tot eene „cthisch-evangelische" theologie.

Hier moet ik met een enkel woord gewagen van een studieboek, in 1891 bij storm l,otz verschenen cn geschreven door collega a. c. leendertz , toen nog modern predikant bij de doopsgezinde gemeente te Holwerd, dat ook eene combinatie van „ethisch" en „evangelisch" bepleitte. Deze combinatie heeft echter niets te maken met wat mjj voor den geest staat; want met „het ethisch-evangelisch standpunt in het Christelijk-godsdienstig geloof" 8) bedoelde leendertz alleen, dat lo. „de zedeljjkheid de grondslag is van den godsdienst", en 2o. dat de inhoud van het godsdienstig geloof, het object der religie, altijd is een evangelie, een heilsleer." Ik weet niet in hoeverre collega leendertz , sedert tot ons overgekomen , deze opvattingen nog is toegedaan ; maar hij zal zelf mij toestemmen, dat zij niets te maken hebben met wat ons thans bezig houdt.

Evenzoo moet ik even vermelden, dat reeds in 1882 op de evangelische samenkomst eene voordracht gehouden is door e. a. rëmy , getiteld: „Vergelijking

Sluiten