Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derp openbaring Gods ontkent, en hebben zich, krachtens hun evangelisch beginsel, steeds beslist gekeerd tegen de opvatting des ongeloofs , waarbij de inwerking Gods geloochend en alles uit de evolutie der in de natuur liggende krachten verklaard wordt. Al nemen wij evangelischen over het geheel eene andere, een meer welwillende, sympathieke houding aan jegens de modernen , het is niet, omdat wij met hen instemmen, waar zij en voor zoover zij het naturalisme aanvaarden , maar juist voor zoover zij , misschien ondanks hunne theoriën, in de praktijk toonen het niet te kunnen stellen zonder het geloof in en het vertrouwen op een hemelschen Yader, wiens Geost ons hart verlicht en vernieuwt, wiens leven in ons wordt uitge stort. Intusschen blijven we, even beslist als de etjhischcn, antirnaturalistisch.

Als derde overeenkomst tusechen het ethisch en evangelisch beginsel noemde ik , dat beiden een groot verschil in dogmatische overtuiging toelaten. Het ethisch beginsel moge in onzen tijd schijnbaar alleen gehandhaafd worden door hen, die zich „ethischorthodox" noemen, ik wees er reeds op, dat velen onzer zich met evenveel recht „ethisoh-evangelisch"' kuunen noemen ; en zelfs onder de modernen heeft men gesproken van „ethischen'', al moge daar het ethisch beginsel eenjgzins anders worden opgevat. De erkenning van de realiteit van de gemeenschap der ziel met God sluit niet noodzakelijk in, dat men die realiteit verklaart alleen door het licht, dat orthodoxe dogma's er op laten vallen. Zooals ik in mijne brochure over het ethisch beginsel volgens gunning heb zoeken aan te wjjzen , men kan uit de innerlijke

Sluiten