Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich meer en ineer van het naturalisme begint los te maken. Maar wanneer men met „modern" een beginsel wil uitdrukken, dat men verbinden wil mot het evangelisch beginsel, dan kan, dunkt mij die term moeiljjk anders verstaan worden dan in de beteekenis daaraan gegeven, toen de richting, die zoo heet, het eerst optrad. De „moderne" richting was de richting, die de .moderne wereldbeschouwing", waarin al het bovennatuurlijke was uitgeschakeld, en de evolutieleer al3 het resultaat der moderne wetenschap aanvaard werd, tot de hare maakte, en godsdienst en theologie daarnaar moderniseerde. Krachtens dit „modern", d.i. dus naturalistisch beginsel, werden bijzondere openbaring, wonderen, opstanding van chkistus , wedergeboorte , gebedsverhooring uitgeschakeld, en behield men een „natuurlijken" godsdienst, een natuurlijken jezus, een natuurlijke ontwikkeling ook op godsdienstig gebied.

Evangelisch-modern zou dus moeten beteekenen volgens deze overweging „evangelisch-naturalistisch." En dat is, zoools ik reeds zocht aan te toonen, eene contradictio in terminis. Wil men zijn verwantschap als evangelische met de rechts-modernen uitdrukken in een naam, welnu, wij noemen ons met de modernen „vrijzinnig"; men zou dus de naam „evangelisch-vrijzinnig" kunnen gebruiken. Ik voor mij blijf echter liever eenvoudig bij den naam „evangelisch" als aanduiding van het kritisch beginsel tot zuivering der theologie, terwijl de aansluit'ng aan vereenigingen, vergaderingen of conventen van „vrijzinnigen" reeds duidelijk genoeg onze verhouding tot de modernen aanwijst.

3

Sluiten