Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1. D e N i e u w-A lexandrijnsche School. Karakter dezer school: Vertaling van de voorstellingen van Origenes. Verdedigster nu geworden van de grondwaarheden van het Christelijk geloof. Vertegenwoordigers: Athanasius, Basilius de Grootc, Gregorius van Nazianze, enz.

2. De School van Antiochië. Karakter dezer school: zuivere uitlegging der Schrift. De leer moet in het leven openbaar worden. Vertegenwoordigers : Chrysostomus, Theodorus, Theodoretus.

3. De Westersche School. Karakter dezer school: Vaststelling van het kerkelijk dogma. Vertegenwoordigers: Ambrosius, Hieronymus, Augustinus.

In het Oosten stonden meer de vragen over den Christus op den voorgrond, Soterologie, in 't Westen ging het meer over de ieer des heils (Soteriologie).

Van al deze kerkvaders is Augustinus de man geweest, die van de grootste beteekenis is geweest voor de kerk van Christus. Zijn leven. De „Confessiones". „De stad Gods'

III. De strijd over den persoon van den Christus. (Strijd in het Oosten).

1. Over de Godheid van den Christus. Arius' dwalingen en ketterijen. Loochening van de Godheid van Christus. De Zoon is wel vóór de wereld, maar niet van eeuwigheid. Hij is daarbij door God geschapen.

Handhaving der leer door Athanasius. Nicea 325.

2. Over de menschheid van Christus. Apolli naris' dwaling. Vasthoudende aan de driedeeling: lichaam, ziel en geest, leerde hij, dat Christus wel lichaam en ziel bezat, maar geen geest. Deze was vervangen door den goddelijken Logos. Anders moest men komen tot het stellen naar zijn gedachte van twee personen in Christus. Constantinopel 381 weerlegd.

3. Overdeverhoudingdertweenaturenvan Christus. Nestorius' dwaling en Eutyches' ketterij. Nestorius scheidde de twee naturen in Christus te veel, Eutyches vermengde ze te veel. Bij Nestorius dreigde de eenheid van den persoon verloren te gaan, Eutyches leerde, dat Christus na zijne menschwording maar één natuur heeft gehad en zijn lichaam aan het onze niet gelijk is geweest. Efeze 431, Chalcedon 451 weerlegd.

Al deze strijdvragen van beteekenis voor onze dagen. Oude ketterijen, maar in een nieuw gewaad. (Aantoonen).

Sluiten