Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Voor en tijdens Napoleon.

Door het werk der Jansenisten o.a. moest door den Paus in 1773 de orde der Jezuieten opgeheven worden, een enorme slag. Ook de hebzucht van de orde en haar streven naar politieke macht deden de oogen opengaan voor de gevaren, die dreigden. Daarbij ijverde Jozef II in Oostenrijk om zijn land vrij te maken van de pauselijke hiërarchie. Het Jozefinisme. Maar de gevoeligste slagen ontving de Roomsche Kerk in Frankrijk door de Revolutie. De Nationale vergadering (1789—1791) verklaarde de kerkelijke goederen nationaal eigendom, hief kloosters en geestelijke orden op. Nog erger maakte het de Nationale Conventie, die proclameerde den godsdienst der rede.

Onder Napoleon werd de Roomsche Kerk weer in eere hersteld, maar Rome werd geen staatsgodsdienst. Door allerlei oneenigheid werd Paus Pius VII ten slotte door Napoleon gevangen genomen en werd hij gedwongen de door den Keizer benoemde bisschoppen te erkennen. Door dit alles moest de Roomsche Kerk zware nederlagen boeken.

II. De Pausen der 19de en 20ste eeuw.

Pius VII, die reeds veel ondervonden had, deed na Napoleon's val in 1814 weer zijn intrede in Rome. Een zijner eerste daden was nu de herstelling van de orde der Jezuïeten. Politiek was zijn streven er op gericht met de verschillende staten zooveel mogelijk op goeden voet te verkeeren en concordaten te sluiten, die in den grond der zaak tot niets anders dienden dan om de belangen van den Heiligen Stoel te bevorderen. Ook namen de eerste Pausen een felle houding aan tegen den arbeid der Bijbelgenootschappen, die zich in hun werk begonnen te ontplooien.

Een latere Paus, Pius IX (1846—1875), zag tijdens de beroeringen in Europa, dat het Ilaliaansche volk in 1849 de wereldlijke macht van den Paus afschafte en te Rome de republiek werd uitgeroepen. Door hulp van buiten werd dit ongedaan gemaakt. Na zijn herstelling werd de Mariavereering ten toppunt gevoerd door de afkondiging van het dogma van de onbevlekte ontvangenis der heilige maagd. In alle landen wilde hij de bisschoppelijke hiërarchie herstellen. 1853, April, in Nederland: 4 bisdommen en één aartsbisdom. Daardoor ontstond hier de zoogenaamde Aprilbeweging, die echter op niets uitliep (gebrek aan innerlijke kracht). Deze paus moest ook beleven den ondergang van zijn wereldlijk gezag, het zich ontnemen van den Kerke-

Sluiten