Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doel was: de onfeilbaarheidsverklaring van den paus. Op 18 Juli 1870 werd dit dogma aangenomen. De Jezuïeten hadden gezegepraald. Het leersysteem had zijn sluitsteen ontvangen.

Bronnen:

Ds. J. H. Landwehr, Handboek der Kerkgeschiedenis. 3e deel: pag. 152—154, 175—179. 4e deel: pag. 11—27, 33—37, 37—44. (Jansenisten).

Lectuur:

Andere handboeken over de Kerkgeschiedenis.

SCHETS XIX.

IN 1816.

I. De nieuwe organisatie.

Wat Lodewijk Napoleon en Napoleon beproefd hadden, n.1. een nieuwe organisatie in het leven te roepen, werd onder de regeering van Koning Willem'. I werkelijkheid. De oude Kerkenordening van Dordrecht moest plaats maken voor een nieuw reglement. De Koning wilde zich het lot der Kerken aantrekken. In het buitenland had hij kennis gemaakt met de inrichting der Luthersch-consistoriale kerk in Duitschland, en met de Episcopaalsche kerk in Engeland. 1814. Oprichting van een Departement van eeredienst. Een consulteerende commissie werd benoemd van „verlichte leeraars en andere kundige mannen" tot voorlichting van den koning omtrent den meest gewenschten kerkvorm. Aan het Departement werd de nieuwe regeling van het kerkelijk leven in stille klaargemaakl. De Secretaris Jansen was de zetel van al deze gewichtige maatregelen. Het ontwerp werd aan elf predikanten toegezonden die hun opmerldngen mochten maken. Op 7 Januari 1816 volgde de koninklijke goedkeuring op het: „Algemeen Reglement voor het Bestuur der Hervormde Kerk van het Koninkrijk der Nederlanden".

II. Bezwaren tegen dit Reglement.

a. omtrent de onwettige manier, waarop dit reglement tot stand is gekomen. De Kerken hebben zelve alleen het recht om te beslissen over eigen organisatie. Elke organisatie, welke van buiten komt, is opgedrongen, in strijd met haar karakter en daarom onwettig.

Sluiten