Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de belangen van hel Godsrijk te bevorderen. Amsterdam riep toen de zusterkerken op om tezamen te beraadslagen over den nood der kerken. 1883. Op deze vergadering werden gewichtige besluiten genomen.

Het eerste conflict ontstond in 1885 te Amsterdam, waar men weigerde attesten van zedelijk gedrag aan jongelieden van moderne richting af te geven, teneinde elders als lid te worden „aangenomen". De strijd, die op het gebied der belijdenis begonnen was, kwam echter al spoedig op het terrein van het kerkelijk goed met dat gevolg, dat 80 kerkeraadsleden geschorst werden en het Classicaal Bestuur ging doen, wat des Kerkeraads was. De „paneelzagerij" van Kuyper c.s. (het geschiedde „zonder zaag"). 1 Juli 1886 ontzette het Provinciaal Bestuur de 80 kerkeraadsleden, predikanten en ouderlingen samen, wegens verstoring van orde en vergrijp in de uitoefening van kerkelijke betrekkingen uit hunne bedieningen, welke uitspraak ten slotte door de Synode werd bevestigd, 1 Dec. 1886. Onderwijl was men begonnen in de lokalen samen te komen. Met Dr. Kuyper streden Dr. Butgers en Jhr. Mr. de Savornin Lohman. Amsterdamsche predikanten: P. v. Son, H. W. v. Loon, B. van Schelven, N. A. de Gaay Fortman, D. J. Karssen, C. Benier.

III. Verdere uitbreiding.

Honderden rechtzinnigen waren over deze wijze van handelen door de Kerkelijke Besturen verontwaardigd. De beweging in ons land begon toe te nemen. K o o t w ij k had reeds den band met de Synodale organisatie verbroken en was wedergekeerd tot de Belijdenis en de Dordtsche Kerkenordening. De heer H. J. Houtzagers, cand. theol. aan de V. U., die niet toegelaten werd tot het examen door de Kerkbesturen, werd haar eerste predikant. Al spoedig volgden Voorthuizen (Dr. Mr. v. d. Bergh), Kollum (Ds. van Kasteel), Beitsum (Ds. Ploos van Amstel), Leiderdorp (Ds. Vlug), Bunschoten (Ds. v. Goor) en tal van andere kerken. Men trad op onder den naam: Nederduitsch Gereformeerde Kerken (doleerende). „Doleerende" noemde men zich, omdat bij de bevoegde vergaderingen „geklaagd" zou worden over het aangedaan onrecht. Talrijke processen werden bij den burgerlijken rechter aangegaan om de kerkelijke goederen, maar overal werd men, wat deze zaak betreft, in het ongelijk gesteld. Toen liet men den naam „doleerende" vallen.

Sluiten