Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. De bevestiging der Theol. School te Kampen.

Door de Generale Synode van Zwolle (1911) werd nog

geen vijfde hoogleeraar benoemd, maar werd besloten dat, wanneer de benoodigde gelden uit de kerken bijeenkwamen, de kerk van 's-Gravenhage een Synode zou mogen bijeenroepen om tot deze benoeming over te gaan. Deze gelden waren spoedig verzameld en zoo kwam in 1912 een buitengewone Synode aldaar bijeen, die e.chter niet alleen een vijfden hoogleeraar had te benoemen, maar ook in de vacature van Prof. M. Noordtzij moest voorzien. Benoemd werden Dr. J. Bidderbos en Dr. T. Hoekstra. Later werd de plaats, opengevallen door het emeritaat van Prof. L. Lindeboom, voorzien door de benoeming van Prof. Dr. S. Grevdanus. In 1929 werd het diamanten jubileum met groote opgewektheid gevierd.

II. Uitbouw der Belijdenis en liturgie.

Ter sprake gekomen op de Synode van Leeuwarden 1920. Commissies ter voorbereiding benoemd. Men wilde de Belijdenis niet herzien, maar haar uitbreiden door de belijdenis der Kerk nader te formuleeren ten opzichte van de Heilige Schrift en inzonderheid ook van de hedendaagsche secten en buitenkerkelijke stroomingen. Ook wilde men de liturgische formulieren herzien, uitbreiden of wijzigen. Daarbij kwam de vraag om naast de Psalmen ook het „Nieuw-Testamentisch lied" te kunnen zingen in de samenkomsten der geloovigen. De arbeid bleek moeilijker te zijn dan men zich aanvankelijk heeft gedacht. Op de Synode van 1930 (Arnhem) kwam een en ander opnieuw ter sprake. Inzake uitbreiding der belijdenisschriften werd uitgesproken, dat de noodzakelijkheid daarvan niet voldoende is gebleken om daartoe thans over te gaan (Acta blz. 141).

III. Optreöen lot handhaving der Belijdenis.

1. Op de Synode te Leeuwarden ten opzichte van Ds. J. B. Netelenbos van Middelburg. Afwijkende gevoelens omtrent het stuk der Heilige Schrift en haar Goddelijke ingeving. Getuigenis aan de Kerken.

2. Op de buitengewone Synode van Assen 1926 ten opzichte van Dr. J. G. Geelkerken van Amsterdam-Zuid. Afwijkende gevoelens omtrent de opvatting van Genesis 3. De mogelijkheid gesteld, dat de feiten van Gen. 3 ook opgevat kunnen worden in anderen zin dan in de Kerken geleerd wordt naar den klaarblijkelijken zin der Schrift.

Sluiten