Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING

NAUWELIJKS één verwijt wordt tegen de christelijke gemeente zoo veelvuldig ingebracht als dit, dat zij telkens weer met allerlei dingen achteraan komt. Ik ben ook wel bang, dat die gemeente tot dat verwijt soms gereede aanleidingheeft gegeven. Maar in welk opzicht dit ook het geval moge zijn,zeker niet ten aanzien van de tijdrekening. Met haar tijdrekening toch is de christelijke gemeente ruim een maand op haar omgeving vooruit: de eerste Adventszondag, de vierde Zondag vóór Kerstmis, gold van ouds als den aanvang van het kerkelijk jaar. Als het burgerlijk jaar oud wordt en grauw en koud en we er ons op voorbereiden, dat het weldra den laatsten adem zal uitblazen, dan wordt het kerkelijk jaar juist geboren en begint te leven met jonge, frissche kracht. Als het in de wereld de laatste maand is van het oude jaar, is het in de gemeente alweer de eerste maand van het nieuwe jaar. Ziedaar tenminste een voorsprong der christelijke gemeente, die nooit is in te halen.

En waarin bestaat die voorsprong? De burgerlijke tijdrekening wacht met het nieuwe begin, tot de ergste duisternis voorbij is: als de langste nacht er geweest is en de dagen weer even gaan lengen, laat zij het nieuwe jaar aanvangen. Doch de tijd-

Sluiten