Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rekening der gemeente wacht niet, tot de duisternis aan het afnemen is; midden in de donkerheid, als de dagen hoe langer hoe korter gaan worden en het wel lijkt, alsof straks de nacht het winnen zal van den dag, poneert zij met mannenmoed een nieuw begin. Het kerkelijk jaar, het „jaar des ïïeeren", zooals men het oudtijds noemde, zet in met de duisternis, met de spreekwoordelijke „donkere dagen vóór Kerstmis. Dat is de nooit m te halen voorsprong, dien het kerkelijk jaar op het burgerlijke, dien de gemeente op de wereld heeft: de gemeente begint, de gemeente durft beginnen met het donker.

Gevoelt gij de diepe, zinnebeeldige beteekenis van den aanvang van het kerkelijk jaar midden in de almaar toenemende duisternis van hetwegstervend burgerlijk jaar? De gemeente weet, dat wij voor al die duisternis om ons heen en evenzoo voor de duisternis binnen in ons het oog niet mogen sluiten, integendeel, wij moeten met die duisternis afrekenen, wij moeten met de duisternis beginnen. En de gemeente heeft ook den moed om met de duisternis te beginnen, omdat zij een licht kent, dat uit de duisternis wordt geboren en dat de duisternis komt overwinnen: „daar is uit s werelds duist re wolken een licht der lichten opgegaan." Welnu, in den Adventstijd begint de gemeente dan ook met het donker. In overeenstemming daarmede waren de Adventsweken in de Oude Kerk een tijd van rouw: altaar en preekstoel werden zwart bekleed, de

Sluiten