Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet ge u uit het hoofd zetten; wat gij ziekte noemt, is een noodzakelijke ontwikkelingsvorm van uw gezondheid, het is een gevolg van uw menschelijke beperktheid, dat behoort er zoo bij, ge zijt heusch aardig gezond en moet er niet te veel op vlassen nóg beter te worden. Is dat niet onbarmhartig, is dat niet troosteloos? Dan is er immers voor den zieke geen uitzicht, hij zal moeten blijven, wat hij is: ziek. Maar na al die vroolijke, kwade vertroosters komt er één met ernstig gelaat en zegt: ik weet het wel, gij zijt ziek, zwaar ziek, gezond-zijn is anders, en ge moest en ge kondt gezond zijn, de ziekte behoort immers niet bij u. Dat is toch zeker oneindig barmhartiger en troostrijker? Nu is er voor den zieke wel een uitzicht, uitzicht op herstel. En deze barmhartige, troostrijke boodschap, die het uitzicht op herstel ontsluit, deze blijde leer is immers de leer van den val.

Deze bemoedigende beschouwing heeft ook aanknoopingspunten te over in het besef der menschheid. Bij allerlei volkeren ontmoeten we de herinnering aan een gouden eeuw, aan een heerlijkheid, die achter de ellende ligt. Het Bijbelsch verhaal omtrent het verloren paradijs is geen uitzondering, in het Bijbelsch verhaal is die herinnering alleen maar het zuiverst bewaard gebleven. We kunnen nog verder gaan en zeggen: in ons aller bewustzijn ligt achter de ellende de heerlijkheid. Waarom vinden wij het niet van zelfsprekend, dat er zooveel ellende is in de wereld? Wij hebben de wereld toch

Sluiten