Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

immers nooit zonder ellende gezien! Blijkbaar, omdat wij het spontaan en niet weg te dringen besef hebben, dat de ellende, al hebben wij dan nooit een wereld zonder haar gezien, evenwel niet in de wereld thuishoort, dat de ellende er niet moest wezen. „Vanwaar het kwaad?" — ik zei zooeven, dat het ons niet behoefde te verwonderen, als we merken, hoe die vraag de eeuwen dóór de menschheid heeft bezig gehouden. Het is misschien nuttig ons daarover toch maar eens wel te verwonderen. Waarom vragen wij niet: „vanwaar het goede?" doch wel: „vanwaar het kwade?" Immers omdat we gevoelen, dat het goede er behoort te zijn en dat het kwade er niet behoort te zijn, dat m. a.w. het goede normaal is en het kwade abnormaal. Het ligt ook voor de hand. Wij menschen zijn geschapen wezens, wij danken ons bestaan aan God. Maar nu zijn wij tegelijkertijd zondige wezens. Zoo rijst de vraag: zijn wij dan als zondige wezens door God geschapen? Een stem in ons allerbinnenste, de stem van onze conscientie zegt: neen, dat is onmogelijk, de zonde is er tegen den wil van het W^ezen, waaraan we onderworpen zijn, tegen den wil van God. Het is buitengesloten, dat God ons als zondaren geschapen zou hebben. Zoodat slechts één mogelijkheid overblijft: we zijn door God anders geschapen dan we nu zijn. W^e zijn door God geschapen zonder zonde en daarna zijn wij, hoe dan ook, tot den tegenwoordigen toestand verzakt. Tusschen vroeger en nu ligt een val.

Sluiten