Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pen werd, gaat geheel en al buiten zijn wil om. Zoodat we moeten besluiten: volmaakt kon God den mensch niet scheppen. De volmaaktheid is een trap, die de mensch slechts bereiken kan door eigen keus. God heeft den mensch geschapen zonder gebrek, er mankeerde niets aan hem. God heeft den mensch onschuldig geschapen. Maar met de bedoeling, dat hij door eigen keus uit dien toestand van onschuld zou opstijgen tot den staat der volmaaktheid. God heeft den mensch geschapen op den tweesprong. O maar, zegt gij, dat is veel te gevaarlijk, dat God den mensch van het begin af op een tweesprong gezet heeft. Weet ge dat zoo heel zeker, dat het „te" gevaarlijk was? Aan den eenen kant stond God, die God, aan wien de mensch alles te danken had. Aan de andere zijde — ja, de mensch weet het nog niet, wat er aan de andere zijde ligt. En daarom geeft God, die God, aan wien de mensch alles te danken heeft, den mensch een gebod, waarin Hij zegt: dien anderen kant moogt ge niet uit, daar is iets, dat ge niet moet aanraken, er bevindt zich hier een grens, die ge onder geen conditie behoort te overschrijden. En ten overvloede voegt God, die God, aan wien de mensch alles te danken heeft, er nog de waarschuwing bij: als ge die grens toch zoudt overschrijden, zoudt ge aan den anderen kant vinden den dood, het verderf, den ondergang. Durft gij, dit alles in het oog houdend, den tweesprong nog „te" gevaarlijk vinden? Als de mensch zich maar houdt aan God, aan dien God,

Sluiten