Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo wordt getracht in het hart van den mensch het vertrouwen ten aanzien van God aan het wankelen te brengen en in plaats daarvan te stellen het wantrouwen.

Dat is wel een heel diep inzicht, hetwelk ons hier wordt ontsloten. De grond van de zonde, zoo leeren wij hier, ligt in de verhouding tot God. Daar, in de verhouding tot God, is het met de zonde begonnen en daar ligt ook haar diepste wezen. Zonde is niet slechts een zedelijk vergrijp: dat de mensch tegen het goede ingaat. Zonde is — als ik het zoo mag noemen —• een godsdienstig vergrijp : dat de mensch tegen God ingaat. Er hapert maar niet alleen iets op den voorgrond van het leven, aan de handelingen van den mensch. Er hapert iets aan den achtergrond van het leven, aan den achtersten achtergrond, er hapert iets tusschen mensch en God. Dat is het erge van de zonde, daarom is zij niet alleen kwaad, doch wezenlijk zonde, omdat ze betrekking heeft op God. Zonde is het bederf van de persoonlijke verhouding van den mensch tot God.

En hoe is die verhouding bedorven? Wel zij is bedorven op de karakteristieke wijze, waarop de verhouding tusschen personen bedorven kan worden en ook telkens weerinderdaadbedorven wordt: door wantrouwen. Een vreeselijk iets is dat: wantrouwen. Een persoon is nu eenmaal geen openge slagen boek, dat ik bladzij voor bladzij, woord voor woord en letter voor letter lezen kan. Een persoon

Sluiten