Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trouwt, vindt hij het in het geheel niet erg, dat God God is, integendeel, het is de grootste heerlijkheid : dat God er is en dat Hij God is. Maar als de mensch God is gaan wantrouwen, dan vindt hij het wel erg, dat God God is, dan komt de neiging op om zelf te regeeren in plaats van God. Pas als God omlaag is, dan eerst kunnen wij de begeerte krijgen omhoog, op deze manier omhoog te gaan. Een god moet er toch wezen, en als God dan geen behoorlijke god is, dan zullen wij zelf voor god spelen. Het eerste in de zonde is, dat door het wantrouwen God in een verkeerd licht komt te staan. Het tweede in de zonde is, dat wij door den hoogmoed onszelf in een verkeerd licht gaan zien, onszelf gaan aanzien voor wat wij niet zijn, aan onszelf gaan toeschrijven en voor onszelf gaan begeeren een grootheid, die alleen aan God toekomt.

Nog is de weg naar beneden niet geheel afgelegd. Nu pas hooren wij, dat de mensch den kant van het verbodene uitkijkt en dat het verbodene hem begeerlijk lijkt. Wat in het begin niet was gelukt: den mensch ontevreden te maken en begeerig naar het hem ontzegde, dat lukt nu wel. Het was toen mislukt, omdat de mensch God nog vertrouwde. Nu gelukt het, omdat de mensch God niet meer vertrouwt, omdat de mensch God wantrouwt. Als wij in de rechte betrekking tot God staan, hebben wij geenerlei aanleiding om te verlangen naar hetgeen God ons onthoudt: wat God ons geeft, dat is het

Sluiten