Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den waan te blijven. Nauwelijks zijn zijn oogen opengegaan, of hij sluit ze terstond weer toe. Wij zijn door de zonde geraakt in een toestand van bedrog. En nu zit dat bedrog door ons heen, het zit in alles, wat wij zeggen, en het zit in alles, wat wij doen. Het is half, dat wij bedrogen zijn. Het is half, dat wij nu ook zelf aan het bedriegen gaan. De geheele volgende geschiedenis van Genesis 3, de geheele volgende geschiedenis van ons menschen in het algemeen, wordt een geschiedenis van bedrog.

De eerste gedachte, die in de nieuwe situatie bij den mensch opkomt, is deze: zichzelf te bedekken. „Zij hechtten vijgeboomenbladeren samenenmaakten zich schorten." Het is toch wel door en door zielig. De mensch voelt de behoefte om zichzelf weg te stoppen. Hij durft niet meer zijn, die hij is, hij kan niet meer zijn, die hij is. Hij zou worden iemand, die aan God gelijk was, hij voelt zich thans metterdaad een wezen, hetwelk zich schaamt voor zijn eigen bestaan, hetwelk iets voor zich heen en om zich heen moet hangen om nog de oogen te durven opslaan. Het paradijs was niet groot genoeg voor den op vrijheid beluste, en nu moet hij een paar vijgebladeren te baat nemen om er achter weg te schuilen.

Herkent gij het leven? O wij voelen ons innerlijk arm en hulpeloos en diep ongelukkig. Maar daar is van het paradijs af een wachtwoord uitgegeven, het wachtwoord: maskeeren, en aan dat wacht-

Sluiten