Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitgebluscht. Er is iets onsterfelijks in den mensch, dat protesteert tegen het verbond met het kwaad. Er is meer. De God der verlossing zet vijandschap tusschen den mensch en de zonde door te verhinderen, dat de mensch in de zonde zijn geluk zou vinden. Als de mensch zich verslaaft aan het genot, dat de zonde hem bereidt, zal hij immers de vatbaarheid voor en de behoefte aan het heil, hetwelk God voor hem bestemd heeft, verliezen. Wacht maar, God zorgt, dat bij den mensch de honger en de onbevredigdheid wakker blijft. Het leek alles zoo mooi, wat de zonde ons voorspiegelde, maar het is niet te ontkennen: het valt wel een weinig tegen, het valt, eerlijk gezegd, bitter tegen. De mensch kan het niet helpen, dat een gevoel van teleurstelling, van onuitsprekelijke onvoldaanheid zich van tijd tot tijd bij hem aanmeldt en zich straks geheel van hem meester maakt. En te midden van het vro olijke leven met de vroolijke zonde kan het iemand gebeuren, dat hem plotseling een heimwee overvalt, hij staat een oogenblik stil op zijn weg, het is hem, als werd hij geroepen van heel uit de verte en van heel uit de hoogte, hij voelt het wel: de vroolijke vriendschap is toch niet echt en met sidderend wantrouwen bespiedt hij zijn gewaande bondgenoote. En nog meer doet God. Hij bewerkt niet enkel, dat de mensch in de zonde geen geluk vindt; de God der verlossing zet vijandschap tusschen den mensch en de zonde door den mensch in de zonde zijn ongeluk te zien vinden. De God der verlossing ver-

Sluiten