Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vragen.

1. Hoe wilden de gedaagde Remonstranten behandeld worden?

2. Kent ge uit de laaatste periode der Kerkgeschiedenis een soortgelijk pogen ?

3. Waarom heeft de Synode dat tegengestaan ?

4. Uit welke dingen blijkt de groote ernst der Synode ?

5. Waarom zijn de dwalingen der Remonstranten, als men ze oppervlakkig leest, niet terstond duidelijk aanwijsbaar ?

6. Kunt ge dit verschijnsel ook ten aanzien van andere dwalingen opmerken ?

7. Deed de Dordtsche Synode in haar optreden tegen de Remon. stranten niet tekort aan de liefde en den vrede? Was een soepeler optreden niet gewenschter geweest ? Waarom niet ?

8. Waarom is de in de Dordtsche Leerregels vervatte belijdenis der Kerk ook voor onzen tijd van zoo groot belang ?

Van de Goddelijke verkiezing en verwerping I.

HOOFDSTUK I.

(Art. 1—11).

Hier belijdt de Kerk omtrent de praeUèstinatie (voorverordineering) achtereenvolgens dit:

De souvereine God ware vrij geweest om alle menschen te laten in de zonde en vervloeking, waarin zij zichzelf in Adam moedwillig geworpen hadden (1); in Zijn liefde zond God evenwel Zijn Zoon (2), en laat de menschen roepen tot geloof in Christus en tot bekeering (3). Gods toorn blijft rusten op wie aan deze roeping geen gehoor geven, maar zij, die waarlijk in Christus eelooven, ontvangen het eeuwige leven (4).

Van dat ongeloof is de mensch zelf schuldige oorzaak, terwijl het geloof een genadegave Gods is (5). De diepste oorzaak is Gods eeuwig vrijmachtig besluit (6). De verkiezing is Gods onveranderlijk besluit van eeuwigheid, waarbij Hij in Christus sommigen tot de zaligheid verkoor, en daarbij ook de middelen benaalde om dat besluit uit te voeren (7).

De verkiezing omvat allen, die zalig worden, onder Oud en Nieuw Verbond (8). Zij is niet geschied uit het

Sluiten