Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christus Zijn offer bracht voor de zonden van alle menschen, dan wel alleen voor de zonden dergenen, die Hem van den Vader gegeven zijn.

De Heilige Schrift nu brengt Christus' offerande doorloopend alleen met de Gemeente in verband: „velen", „Zijn schapen", „Zijn volk", de „gegevenen des Vaders", „Zijn Gemeente", „Zijn Lichaam", „Zijn Bruid", enz. Zij leert alom, dat Christus gezet is tot een rots der behoudenis allen, die gelooven, maar tot een steen des aanstoots en der ergernis hun, die verloren gaan, terwijl zij het geloof uitdrukkelijk noemt een genadegave Gods. Vergelijk o.a.: Gen. 4 : 3, 26; 17 : 19—21; 21 : 12, 13; 25 : 23; Mal. 1 : 2; Matth. 7 : 13, 14; 18 : 8, 9; Joh. 14 : 2; Matth. 25 : 46; 1 Petr. 2 : 6—8; 2 Thess. 1 : 8, 9, enz.

Nu beroepen zich de universalisten (voorstanders van de leer der algemeene verzoening) op enkele Schriftplaatsen ter bevestiging van hun dwaling. Ze wijzen op het „allen" in Jes. 53 : 6; Rom. 5 : 18; 1 Cor. 15 : 22; 2 Cor. 5 : 15; Hebr. 2 : 9, 10. Dit ,,allen[' evenwel bewijst niets öf bewijst veel meer dan zij beweren, n.1. dat alle menschen zalig worden, de z.g.n. „alverzoening"; dit willen ze echter niet en zoo moeten ze dan zelf dat „allen" in genoemde teksten beperken.

Ook noemen ze plaatsen als: Ezech. 18 : 23; 33 : 11; Joh. 1 : 29; 3 : 16; 4 : 42; 13 : 22; 1 Tim. 2 : 4, 6; Tit. 2 : 11; Hebr. 2 : 9; 2 Petr. 3 : 9; 1 Joh. 2 :2; 4 : 14, waar Gods wil of Christus' offerande in verband worden gebracht met het behoud van allen of van de wereld. Bij nadere beschouwing dier plaatsen blijkt, dat de H. Geest daar bedoelt de aandacht te vestigen öf op het universeele karakter van het Evangelie onder het Nieuwe Verbond óf op de verzoening van hemel en aarde door het offer van Christus öf op den wil van Gods bevel.

De Heilige Schrift leert duidelijk, dat Christus' o f ferande en Zijn voorbede, dat ook de verwerving en de toepassing der zaligheid onverbrekelijk samenhangen. De offerande is de grond van Christus' voorbidding; die voorbidding raakt dus dezelfde personen als de verzoenden door Zijn offer. Evenzoo is er een onlosmakelijk verband tusschen de verwerving en de toepassing der zaligheid; alle weldaden van het genadeverbond hangen saam en vinden haar grond in den dood van Christus. (Hoofd en Lichaam, Hoeksteen en Gebouw, Eerstgeborene en Broederen). De Gemeente

Sluiten