Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is een organisch geheel, dat in Christus besloten ligt vanaf den eeuwigen vrederaad; de toepassing moet daarom zich even ver uitstrekken als de verwerving der zaligheid.

Ais Jezus waarlijk Zaligmaker is, dan moet Hij Zijn volk ook werkelijk zalig maken, niet „mogelijk", maar metterdaad, volkomen en eeuwig. Hier ligt dan ook de kern van het verschil tusschen voor- en tegenstanders van de bijzondere voldoening, n.1. de waarde, de kracht van Christus' offerande, de aard van het werk der zaligheid. Zaligmaken is zalig-maken, w a a r 1 ij k, geheel, voor eeuwig. Uit de liefde des Vaders en de genade des Zoons vloeit dit vanzelf voort; degenen, die God liefheeft en voor wie Christus voldeed, worden ook onfeilbaar zeker zali'g. En nu één van beiden: öf God heeft alle menschen liefgehad en Christus heeft voor allen voldaan — maar dan worden ze ook allen onfeilbaar zeker zalig — öf dit laatste is blijkens Schrift en ervaring niet het geval, maar dan mag men ook niet zeggen, dat God allen heeft liefgehad, althans met die liefde, waarmee Hij de uitverkorenen tot de zaligheid leidt, noch ook dat Christus voor allen gestorven is en voldaan heeft, ook al werpt Zijn dood voor alle menschen indirect eenig nut af.

De Gereformeerden toornen daarom zoo tegen het universalisme: le. omdat men er door tekort doet aan den Naam van Jezus; Zijn werk verzwakt, verkleint en beperkt; het zwaartepunt verlegt uit God en Christus naar den Christen (homo-centrisch); 2e. omdat men er scheiding mee brengt tusschen de Drie Personen van het goddelijk Wezen (de Vader zou wel aller zaliging willen en de Zoon zou wel voor allen voldaan hebben, maar de Heilige Geest zou het slechts aan sommigen geven); 3e. omdat men den vrijen wil leert, die de macht heeft om te gelooven, Christus' werk al of niet ongedaan te maken en de beslissing der wereldgeschiedenis in handen te nemen; 4e. omdat zij leidt tot deze andere dwaling, dat allen hier of hiernamaals i'n de gelegenheid moeten worden gesteld om Christus aan te nemen of te verwerpen; want het zou onrechtvaardig zijn om hen, wier zonden alle verzoend zijn, te veroordeelen en te straffen, alléén omdat ze buiten de gelegenheid geweest waren Christus door het geloof aan te nemen.

Sluiten