Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

redding, maar de zondaar is gebleven een verantwoordelijk zedelijk schepsel, en niet een „stok en blok".

Pelagius had geleerd, dat, evenals de gezindheid en wil des eersten menschen na de zonde dezelfde gebleven was, ook zijn nageslacht met dezelfde onschuldige natuur geboren werd, en de mensch alleen ging zondigen uit navolging. De Remonstranten gingen minder ver; erkenden, dat de mensch een verdorven natuur uit zijn ouders meebrengt, maar die zedelijke verdorvenheid achtten zij geen eigenlijke zonde, geen schuld. De erfzonde wordt volgens hen pas schuld, wanneer de mensch haar door zijn vrijen wil in zondige daden omzet.

Dat „eenig licht der natuur", in den zondaar over gebleven, bestaat in: eenige kennis van God (het ingeschapen Godsbesef) en kennis van de natuurlijke dingen (wijsheid, wetenschap, cultuur); voorts in zedelijke beseffen van goed en kwaad. Deze natuurlijke kennis wordt echter nog ten kwade gebruikt om zichzelf te behagen en God tegen te staan.

De Zedewet Gods is wel dienstig in de hand des Heiligen Geestes tot ontdekking en kennis der zonde, maar niet tot die der verlossing.

Het werk der zaliging is alleen Gods werk; het geloof is van den Heiligen Geest, Die het geloof in onze harten werkt door de verkondiging van het heilig Evangelie; de Heilige Geest moet zich paren met het gepredikte Woord.

De onderscheiden bedeeling der genade onder het menschelijk geslacht is niet te danken aan meerdere of mindere waardigheid van het eene of andere volk, maar aan Gods vrijmachtig, onbegrijpelijk welbehagen. Deze waarheid moet de geloovigen tot diepen ootmoed en dankbaarheid stemmen; en, ziende op hen, aan wie deze genade niet geschied is, hebben we te aanbidden Gods gestrengheid en rechtvaardigheid van oordeelen. De lijn der souvereine verkiezing, loopende door de volken en geslachten, wordt door God gevolgd ook in het bekendmaken van den weg der verlossing. Die lijn is voor ons verborgen en mogen wij niet curieuslijk onderzoeken.

We onderscheiden: uitwendige en inwendige roeping.

De uitwendige roeping is ernstig en welgemeend; haar te verwerpen stelt den mensch schuldig. Zij is ook niet zonder vrucht. Immers, Gods Woord keert nooit ledig weer; God handhaaft er Zijn recht mee op

Sluiten