Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid."

Jes. 11:1. „Want er zal een rijsje voortkomen uit den afgehouwen tronk van Isaï en een scheut uit zijne wortelen zal vrucht voortbrengen."

Gal. 4 : 4. „Maar wanneer de volheid des tjjds gekomen is, heeft God zijn Zoon uitgezonden, geworden uit eene vrouw, geworden onder de wet."

De beschrijving geschiedt op bevel van Rome's Keizer, maar uit gunst op Joodsche wijze n.1. naar de geslachten en in de voorvaderlijke stad. (Iland. 5:37). De Romeinsche manier was, dat elk zich in de plaats zijner woning op de burgerlijke registers deed inschrijven; ook de vrouw moest dat dan doen — wat volgens de Joodsche manier niet verplichtend was.

De beschrijving door Herodes baant den weg voor de groote beschrijving onder Cyrenius, die 10 jaar later is gehouden. Hoe nauw God het neemt met de letterlijke vervulling der profetie blijkt uit deze dingen, (zie Luc. 3 : 1 enz.) Want het geslacht van David is niet langer in het bezit van den troon, maar de scepter was nog niet van Juda geweken, toen het gebod van Augustus zonder verdere plichtpleging het koningschap van Herodes en de zelfstandigheid van zijn rijk eenvoudig ophief!

Keizer Augustus regeerde van 30 v. Chr.—14 na Chr.

Jozef was een afstammeling van Salomo (Matth. 1 :1—17) en Maria (2 Sam. 5 : 14; 1 Kron. .3:5, 14 ; 4) een nakomeling van Nathan, Davids zoon (Luc. 3:23—38); in vers 23 moet dan gelezen worden dat Jozef, de man van Maria, de schoonzoon van Heli was, met wiens dochter, Maria, hij gehuwd was. En de engel Gabriël (Luc. 1 :32) èn Zacharias (Luc. 1 : 69) zeggen, dat Maria, uit wie Jezus geboren zal worden, een nazaat van David is. (Rom. 1 : 3; 2 Tim. 2:8; Matth. 1:1; Luc. 1: 27; 2 : 4, 5, 11; Ps. 132:11, Joh. 7 : 42). Jezus = Jozua = Jehova helpt = Zaligmaker (Num. 13:16). Christus = Gezalfde = Messias.

3. Vr. Wie mochten het eerst de blijde lijding vernemen, dat de Zaligmaker geboren was?

Antw. Een engel verscheen aan de herders, die des nachts de wacht hielden bij de kudde en zeide: „vreest niet, want ziet, ik verkondig u groote blijdschap, die al den volke wezen

Sluiten