Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

indien gij dan Mij zoekt, zoo laat dézen henengaan /" (Joh. 18:8).

Wees dan mijn hulp; houd U niet ver van mij;

Mij prangt de nood, benauwdheid is nabij;

'k Heb buiten U, daar lk zoo bitter lij',

Geen hulp te wachten.

Een stierenheir uit Basan, sterk van krachten,

En fel verwoed,

Omringt m' aan alle zijden;

Mijn God, hoe zwaar, hoe smart'lijk valt dit lijden

Yoor mijn gemoed.

J Ps. 22:6.

§ 5. jezus yoor den joodschen raad en den romeinschen

stadhouder.

\. Vr. Waar bracht de bende den Heiland henen f

Antw Na Hem in Gethsémané gebonden te hebben, bracht de bende den Heiland eerst naar Annas en daarna voor Kajafas, in wiens huis de groote Raad of het Sanhedrin was saamgeroepen.

Annas was de vrouws vader van Kajafas. (Joh. 18: 13). Deze nam Jezus in voorloopig verhoor om beschuldiging tegen Hem te vinden, maar Jezus antwoordde hem niet. Intusschen verloochent Petrus zijn Meester. Kajafas had den Joodschen Raad, bestaande uit 71 leden met den Hoogepriester als voorzitter, in zijn paleis saamgeroepen. Op den Tempelberg kon men niet vergaderen, wat anders gewoonte was, daar des nachts de poorten van den tempelberg gesloten waren. Bij het gaan van Annas vertrekken naar het gedeelte van het paleis dat door Kajafas bewoond werd, moest Jezus over de binnenplaats en had gelegenheid Petrus een blik toe te werpen, die hem herinnerde aan het woord Zijns Meesters: „eer de haan tweemalen gekraaid zal hebben zult gij Mij driemaal verloochenen." — 't Was omstreeks drie uur in den nacht,

(Mare. 14 :72). , , , ... .... „

„En Petrus naar buiten gaande, weende bitterlijk

(Matth. 26:75).

2. Vr. Hoe geschiedde het ondenoek door den Joodschen raad ? Antw. „En de overpriesters en de ouderlingen en de geheele

Sluiten