Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar roem en eer. Een geleerde wil zich een naam maken; een kunstenaar wil geprezen worden. De inspanning van den onwedergeboren professor heeft voor een goed deel de bedoeling, als geleerde met eere genoemd te worden onder de zijnen. En bij den kunstenaar werkt één drang, welke sterker is dan iedere andere, de hartstocht een der eersten, zoo mogelijk de eerste te wezen onder zijn kunstbroeders.

Maar nog hooger kunnen de idealen van den onwedergeborene wezen. Een mensch kan begeeren goed te zijn, niet om het goed-zijn op zichzelf, maar om daardoor èn op zichzelven èn op anderen een voortreffelijken indruk te maken, om bij zichzelven en bij anderen hoog te staan aangeschreven. Ook in het goed, ook in het geestelijk willen zijn kan een mensch zichzelven zoeken. Voor velen is het een ideaal een beroemd Christen te zijn, wijd en zijd bekend, geprezen om zijn vroomheid, zijn innigheid, zijn zelfverloochening.

En nu is het opmerkelijk, dat een zonde in dezelfde mate, waarin zij fijner wordt, ook toeneemt in kracht. Dronkenschap is niet zoo moeilijk te overwinnen als eerzucht. Om den hartstocht der dronkenschap te bedwingen heeft een mensch eenige weken misschien van heftigen strijd noodig, om de eerzucht te beteugelen, moet hij jaren, jaren lang in ernstig gebed worstelen.

Vandaar dat de edelste geesten het diepste zondebesef hebben, het heftigst klagen over eigen verdorvenheid. Schijnbaar is er iets, ja veel overdrevens in hun luide zelfverwijten. Oogenschijnlijk hebben zij zoo weinig gezondigd. Een geleerde leidt gewoonlijk een ingetogen leven; hij is matig, vriendelijk, voorkomend, hij heeft geleerd zichzelven te beheerschen. Wij denken allicht, wanneer wij zoo iemand gadeslaan: die man zondigt weinig. Inderdaad is het niet het geval. Zoo iemand zondigt veel, heftig, onophoudelijk, in hem brandt dag en nacht het onheilige vuur der eerzucht.

Sluiten