Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet inwendig zwak? O ja, uitwendig sterk; er zijn mannen onder ons met gaven, mannen van het woord .... sierlijke, doorwerkte redevoeringen worden uitgesproken; welmeenende goed-bedoelde preeken worden er gehouden, maar waar is de zegen? Waar zijn de bekeeringen? Wat is de Gemeente? Is zij sterk? Ontvangt zij wel? Geven, gevf.n wij wel? Wij zeiven gaan er onder door, de Gemeente lijdt er onder .... o nu deze gedachten zich in mij vermenigvuldigen, is er een groote droefheid in mijn ziel en ik zeg: „Heer, waarom hebt gij mij geroepen? Wie is in staat prediker te wezen en niet te zondigen ?" Ueze dingen grieven mij, zij doorkerven mij, zij doorploegen mij .... er is angst in mij, angst voor mijzelven, angst voor mijn ambt, angst voor mijn preekstoel. Ik kan niet anders doen dan bidden en vragen, dat gij voor mij bidden zult: O God, verleen mij Uwe genade opdat ik in staat zij aan deze gemeente eenige geestelijke gave mede te deelen.

„Ik verlang u te zien, opdat ik u eenige geestelijke gave mocht mededeelen, ten einde gij versterkt zoudt worden." Over het eerste gedeelte van mijn tekst sprak ik eenige oogenblikken tot u. Laat ik nu mogen overgaan tot het tweede deel, waarin Paulus over het doel van zijn begeerte, om aan de gemeente die te Rome is eenige geestelijke gave mede te deelen, spreekt. Dit doel is, dat de gemeente versterkt zal worden.

Gemeente van 's Gravenhage, met Gods hulp is dit ook mijne bedoeling. Ik kom, indien God er mij kracht en genade toe schenkt, om u te versterken in uw allerheiligst geloof. Weet het wel, dat ik mijzelven niet als zendeling in uw midden beschouw. Gij hebt mij geroepen om te zijn herder en voorganger van de gemeente die te 's Gravenhage is. Aan die roeping uwerzijds hoop ik mij te houden. Gij zijt gemeente van Christus. Want gij zijt gedoopt en, wat

Sluiten