Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afgrond, omdat ik het geklag hoor der verdoolde zielen om geloof, uit barmhartigheid voor de wereld keer ik mij tot u, tot u alleen, Gemeente des Heeren, en bid ik, dat God mij in staat stelle u eenige geestelijke gave mede te deelen, ten einde dat gij versterkt zoudt worden.

En gij, gemeente van 's Gravenhage, hebt boven vele gemeenten kracht noodig om staande te blijven. Uwe schoone stad is vol verleiding; de wereld straalt hier in haar schoonsten glans; rondom u is een leven van schijn, en ach, de schijn bekoort juist omdat hij schijn is, ons leugenachtig vleesch zoo sterk; er is hier grootschheid des levens. Zult gij staande kunnen blijven in het midden van deze wieling der ijdelheid, en met onverzwakte kracht getuigenis kunnen geven aan de waarheid, dat is aan alles wat waarachtig is, aan het leven dat uit en in de hemelen is? Ja, als het keizerlijke Rome uit de dagen van Paulus, hebt gij het noodig, koninklijke stad, dat de Gemeente in uw midden versterkt worde, opdat zij hare heilige, heerlijke roeping kunne volbrengen; en daarom, al moge ik met droefheid in het hart mijn oude gemeente hebben verlaten, wil ik toch ook de eerste woorden van onzen tekst tot de mijne maken: „Gemeente ik heb verlangd u te zien," opdat ik u met mijne medearbeiders in de heilige bediening eenige gave moge mededeelen, teneinde gij versterkt zoudt worden in uw allerheiligst geloof en uwen moeielijken strijd om te zijn Gemeente van Jezus Christus.

Het eerste gedeelte var» mijn tekst, gemeente, waarover ik tot nu toe gesproken heb, klinkt ietwat hoogmoedig.

Paulus gaat naar Rome, om aan de gemeente aldaar een geestelijke gave mede te deelen, teneinde haar te versterken. Paulus wil dus iets aan de gemeente schenken, iets van zijn eigen rijkdom. Nietwaar, onwillekeurig neemt de apostel den schijn aan alsof hij zich wat boven de gemeente verheft, er is

Sluiten