Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spreekt, weet dit; ook onze eigen Gereformeerde kerk heeft bewezen, dat zij dezen nood van het menschelijk hart kent, door telkens weer in belijdenisschriften en formulieren over troost te spreken. Wij hebben onzen Catechismus lief al dadelijk om zijn aanhef: „Welke is uw eenige troost beide in leven en in sterven?" Ja Ursinus en Olevianns, heilige Godsmannen, wij vertrouwen ons gaarne aan u toe, gij kent het leven, omdat gij ons terstond de vraag op de lippen legt: „Welke is uw eenige troost in dit leven?" Ons doopsformulier is als onze Catechismus; in den aanhef van het gebed voor den doop zegt het: „Opdat wij dan deze heilige ordening van God tot Zijne eer, tot onze troost en tot stichting der gemeente uitrichten mogen, zoo laat ons Zijnen Heiligen Naam aldus aanroepen." En ons avondmaalsformulier wist ook wel waar ons arme zondaarshart naar dorst, toen het als doel der avondmaalsviering noemde, dat vvij het tot onzen troost zouden gebruiken.

M. Br. M. Z. Wij moeten getroost worden in het leven; wij erkennen dit; wij willen ons niet groot houden; wij willen onze tranen niet verbergen; wij weten wel ons gevoel zoo noodig te bedwingen, maar wij willen niet langer onaandoenlijk schijnen, en ons voor onze hulpbehoevendheid schamen. Wij willen het wel weten, dat wij ons menigmaal klein en hulpbehoevend gevoelen, lammeren uit de kudde des Heeren, zoo zwak van moed zoo klein van krachten, zooals de groote, sterke, altijd moedige Paulus het ook wel weten wilde.

En nu is er geen ding, dat een mensch zoo verkwikt als tegenover een ander zijn geloof uit te spreken, of, zonder het geloof te noemen met eens anders geloof in aanraking te komen. Er is een onnawijsbare, onnaspeurlijke voeling tusschen harten, die gelooven. Er is een trek, een zuiging, een onbedriegelijke sympathie tusschen de kinderen Gods. Zij herkennen elkander onmiddelijk; zij lezen

Sluiten