Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich een oogenblik te bedenken, met beslistheid: Neen. Waarachtig blijde, dat hij raensch is, wie is het?

Toch, ja, is het een voorrecht mensch te zijn; en als men mij vroeg: Zijt gij blij, dat gij een mensch zijt? ik zou met beslistheid antwoorden: ja. Want omdat ik een mensch ben, kan ik een medeerfgenaam met Christus, een erfgenaam van God zijn.

Een mensch kan meer worden dan een Engel, oneindig veel meer. Een Engel is en blijft een schepsel, een mensch kan in den vollen zin des woords een kind van God worden. Want Jezus Christus, die de eeniggeboren Zoon des Vaders is, die erfgenaam is van alle dingen, is op aarde gekomen, heeft ons vleesch en bloed aangenomen, is ons in alles gelijk geworden, opdat Hij ons aan Zich gelijk zou maken, opdat w13 met Hem en in Hem erfgenamen Gods zouden worden.

Erfgenaam van God! Denk er u in. Zooveel dit beteekent, zooveel beteekent het mensch te zijn. Erfgenaam van God! Wat God heeft, wordt mede uw eigendom. Erfgenaam van God zijn, is eenmaal met Hem zitten op Zijn troon en met Hem heerschen tot in alle eeuwigheid ; is dezelfde vreugde smaken, welke God geniet. „Wat het oog niet heeft gezien, wat het oor niet heeft gehoord, wat in het hart des menschen niet is opgekomen, dat heeft God bereid voor degenen, die Hem liefhebben." De hemel der hemelen staat voor ons open, omdat wij mensch zijn. Wij weten niet, hoe dat wezen zal, wij kunnen er ons geen denkbeeld van maken. De hemel is niet aardsch genot en dat verhonderd- of verduizendvoudigd, de hemel is iets anders dan de aarde. Wij verwachten een nieuwe aarde. Laat ons niet trachten, ons dien toekomststaat voor te stellen, want wij kunnen het toch niet. Als wij ons iets voorstellen willen, moeten wij het altijd doen met beelden, welke aan onze aardsche omgeving zijn ontleend. Als wij van het licht des hemels spreken, denken wij aan een zeer helder stralend zonlicht; wij vertienvou-

Sluiten