Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O wij hebben naar alles verlangd! Van de eene vervulde wensch uitgezien naar iets nieuws, dat komen zou; het hart zocht, zocht rusteloos maar het vond afmatting; het dronk maar het werd niet verzadigd, het dorstte altijd weer op nieuw, altijd heviger. Maar nu: geen dorst meer; nu zeggen wij: ik wensch niets meer. Of er dan geen dingen zijn, die wij anders zouden willen ? O ja, vele : maar die begeerten liggen aan den buitenkant van ons wezen, het diepste in ons, ons hart wenscht niets meer. Verzadiging is op den bodem. Verzadiging is het uitgangspunt des levens geworden. Wij wenschen ja, maar van uit de verzadiging, gelijk wij arbeiden uit de rust; hopen uit de vervulling; strijden uit de overwinning; klimmen van af den top; grijpen naar hetgeen, waartoe wij gegrepen zijn. Alles is er; alles is gegeven door Jezus, die ons met God, de bron van alle leven, heeft verzoend. Wij drinken ook nu van oogenblik tot oogenblik, maar wij drinken niet om de dorst te lesschen, dan zou het water, dat Jezus ons te drinken geeft, zijn als het water uit de put der aarde, dat ons wederom doet dorsten, maar om dieper verzadiging. Bii Jezus gaat' het van verzadiging tot verzadiging. Wij komen tot Jezus om te drinken, omdat wij weten hoe zalig het is verzadigd te worden. Ja, wie van het water drinkt, dat Hij geeft, dien dorst niet meer, in der eeuwigheid niet.

Maar hiertoe bepaalt zich de zegen des Heeren niet.

Het water, dat Jezus geeft wordt een fontein van water. Om deze belofte des Heeren goed te verstaan, moet ik u met een enkel woord op de beteekenis van dat woord „fontein" wijzen. Er staat eigenlijk „bron" Zij is hier het beeld van het van zelf omhoog wellende water. Een bron heeft het water in zich. Een bron behoeft niet van buiten af, kunstmatig gevoed te worden. Het water behoeft niet aangevoerd te worden, een bron geeft zichzelve water, een bron bestaat door zichzelve.

Sluiten