Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te bezitten. Wij zijn er door aanvankelijk onafhankelijk geworden. Vroeger waren wij afhankelijk van omstandigheden. Wij waren slaven van toestanden, van menschen, van vooruitzichten. Scheidde een vriend van ons, op wien wij geleund, van wien wij geleefd hadden, dan waren wij diep ongelukkig. Werden wij in onze vooruitzichten bedrogen, dan waren wij zeer neerslachtig. Wij konden onszelf niet zijn, met duizend ketenen waren wij gebonden, wij waren niet vrij. Maar nu is het anders geworden. Nu dragen wij de bron des levens in ons. Waar wij zijn, daar is ook de bron onzes levens. Wij leven niet meer van dit of van dat, van wat komen zal of van wat voorbij is, wij leven door onszelven: een bron van leven is in ons.

Wondergroot voorrecht!

Maar Jezus heeft nog meer te geven. Hij zegt niet alleen, dat het water, dat Hij ons geven zal, in ons tot een bron van water worden zal, maar tot een fontein van opspringend water.

Door inwendige kracht wordt het water der bron omhoog gestuwd. Aan de bron gezeten zag de Heiland het water uit de diepte opborrelen. Zie, zoo zegt Hij tot de vrouw, zoo zal het nu ook gaan in uw ziel, als gij het water drinkt, dat Ik u geven zal. Er zal een inwendige drang om te leven in u geboren worden. Er zal lust om te leven, lust om te handelen in u komen. Het leven zal naar buiten stroomen, een overschuimende beker zal het worden, het zal zich openbaren met niet te bedwingen kracht. Uw leven zal zijn als een uitstraling van licht. Uw oog zal blijde staan en glans geven. Nu komt dat heerlijke leven moeten, omdat men het niet meer laten kan. Vroeger leefden ■wij, omdat wij gedwongen waren te leven, maar leven was ons geen lust. Wij waren als een klein wiel in een groote machine. Omdat de gansche machine werkte, daarom moest ook het kleine rad wel mededraaien. Wij werden meegesleept

3

Sluiten